Glaskunst in Nederland

Glaskunst in Nederland

‘Elk glaskunstraam is een onderdeel van de geschiedenis van het gebouw.’
Een pleidooi.( deel 1)

Glaskunst is autonome beeldende kunst, integraal verbonden met de architectuur. Enige tijd geleden mocht ik vernemen uit de mond van een curator dat gebrandschilderd glas in lood ‘slechts’ een ambacht is. M.a.w. geen ‘ware’ kunst in de zin van het woord.  Monumentale vlakglaskunst is geen kunst, het is venstervulling.

Au! En nog eens au!

Waar de curator feilloos gelijk in had is dat de algemene opinie, zo die al geuit wordt ergens het midden houdt tussen ‘ja mooi wel’ en ‘ja dat doet mijn tante ook’…. Onbekend maakt onbemind.

Tijd dus voor een kleine verhandeling, een warm pleidooi voor in mijn ogen de mooiste kunst; die van het licht.

Net zoals een schilder de tijd moet nemen om zich te bekwamen in de diverse middelen en materialen en aandacht moet besteden aan de setting waarin hij werkt, geldt dit ook voor de glaskunstenaar. Een schilder maakt iets voor ineen ruimte of oneerbiedig gesteld zoals mijn prof eens zei; ‘voor boven de bank’. Verhuist de eigenaar, kan het werk desgewenst mee. Hoe anders is dit voor een monumentale beglazing. Overeenkomsten, ja, die zijn er.

Er zijn echter grote verschillen. Een monumentaal glasraam, of dit nu modern is of niet, moet gemaakt worden met in acht name van de werking van licht.

Bij glasschilderkunst is er altijd sprake van lichttransport door het materiaal. (additieve menging) Het licht wordt geabsorbeerd maar tegelijkertijd óok doorgegeven.

De variaties in glas zijn eindeloos: gekleurd of gestructureerd, helder of diffuus, gefragmenteerd of in grote vlakken. Een raam kan felle zon krijgen op een bepaald tijdstip en zonlicht kan onder allerlei hoeken binnen vallen, in de loop van de dag. Zo’n raam is geen moment hetzelfde. In feite speelt de kunstenaar met het licht en daarmee met de sfeer in de ruimte. En dat heeft invloed op hoe de ruimte ‘voelt’. Met andere woorden; de compositie kan er een zijn die voor vrolijkheid zorgt of juist voor stemmigheid en alles daartussen. Kennis van het kijken naar die aspecten is van belang bij de beoordeling ervan.

Wat is het dan waar rekening mee gehouden moet worden? In ieder geval met deze criteria:
Welke positie op het gebouw ( waar is de zon op welk tijdstip van de dag) -Welk effect denk ik te bereiken? ( zicht op de straat of achterliggende bomen of juist niet) -Wat zijn de wensen van de gebruikers van het gebouw? -Voor wie is het en van wie? -Mag er kleur in of juist niet? Zo ja, welke?

Een glas in loodpaneel op de lichtbak of zelfs vrijstaand in de ruimte zal dan ook nimmer eenzelfde indruk nalaten als een raam dat is tentoongesteld op de manier waar het voor is bedoeld; namelijk met de begrenzingvan een wand in het perspectiefvan de ruimte. Dit wil zeggen; met licht wat er doorheen valt in plaats van licht wat er opvalt. Je moet het ‘In situ’ bekijken dus, op de locatie waarvoor het is bedoeld, als het kan op meerdere tijdstippen.

De muur, de begrenzing,  doet altijd mee in de compositie. De belijning ook. Het spel van veel/weinig, dik/dun wel/geen lood bepaalt hiermee in grote mate de compositie. De compositie zorgt ervoor dat het raam vaker wordt bekeken…of niet. Dat betekent dat de glasschilder, de glazenier én de ontwerper als dit verschillende personen zijn, moeten samenwerken om in het geheel te komen tot een compositie waarbij de aandacht van de beschouwer gestuurd wordt, maar nergens blijft ‘haken’.

Dit is tevens het wezenlijke verschil tussen de glasschilderkunst en de schilderkunst. Omdat de drager bij glasschilderkunst licht doorlaat, lijkt het werken met kleuren in dit medium meer op het werken van de toneelmeester met zijn lampen. Bij de schilderkunst op een vaste drager ( papier, linnen, muur, hout) wordt het licht geabsorbeerd. ( subtractieve menging)

Ook voor de moderne toepassingen in ramen gelden deze stellingen; Moderne raamvullingen kunnen evenzeer uitnodigen om in gedachten ergens zomaar te zijn.

Echter, een raam dat een optisch ‘gat’ is omdat er onvoldoende met de lichtval rekening is gehouden slaat de plank mis. Het is de kennis omtrent het materiaal dat aan de basis staat. Het is daarom erg belangrijk dat er ook in de Nederlandse  kerken naar goed voorbeeld uit Frankrijk en Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, ruimte komt voor moderne invullingen. De beeldtaal van de huidige mens is een andere opvatting dat diegene waar we aan gewend zijn. Ieder mens is onderdeel van zijn tijd. Het begrijpen van de wetten van het licht is daarom niet minder wezenlijk.

Elk raam is onderdeel van de geschiedenis van zijn tijd, en kan daarmee een document zijn voor de toekomst.

Glas componeren tot een kleurklank is daarmee niet slechts voorbehouden aan diegenen die de titel ‘ontwerper’ in een andere discipline verworven hebben. Gelukkig niet. Te stellen dat een glazenier ‘slechts’ ambachtsman is en geen kunstenaar is een veel gemaakte aanname die niet alleen niet altijd opgaat maar ook nog eens de waarde van werkelijk inzicht kleineert. Immers: Niet alle fietsers zijn wielrenners- alle wielrenners zijn wel fietsers. Het pleidooi is er dan ook om monumentale beglazingen als autonome kunstvorm wel degelijk de plaats terug te geven die het van oudsher heeft;

Maitre verrier en maitre peintre; kinderen van dezelfde familie, dochters van de architectuur. En zeg nou zelf; tussen je kinderen maak je geen onderscheid 😉

Ellen van der Leeden

Glaskunstenaar, docent, gecertificeerd glazenier en eigenaar van Glaskunstatelier Lux-Nova.

Glas in lood

Glas in lood is al oud. Het ambacht  bestaat reeds sinds de Romeinen, die al vensterglas gebruikten. De moeilijkheid was echter om grote vlakke platen te maken die in een raam gezet konden worden. Men slingerde aanvankelijk een geblazen hete glasbel rond, totdat er een plaatje glas ontstond (van ongelijke dikte). Zo moet men op het idee gekomen zijn om deze plaatjes te verbinden met lood strippen, zodat grote vensters gemaakt konden worden.De oudste bewaard gebleven ramen dateren van rond 1000 na Chr. Deze uit gebrandschilderde lijnen en kleurig glas bestaande religieuze voorstellingen van Romaanse en gotische kerken, dienden ervoor om ongeletterde gelovigen de bijbel verhalen te vertellen. Je zou kunnen zeggen dat het de eerste stripverhalen waren. In de Renaissance nam de kunst van het glas-in-lood maken een grote vlucht en ontstonden er gildes die zich hier speciaal op toelegden.In Nederland zijn de Renaissance ramen nog volop aanwezig; bijvoorbeeld de beroemde ramen van de St. Janskerk in Gouda.
Tot in de jaren dertig werden nog flink veel ramen gemaakt in de Amsterdamse school stijl, Jugendstil of abstracte eenvoudige ontwerpen die men het meest tegenkomt in Rotterdam en de West-Friese dorpen. De meeste bovenlichten in de huizen waren voorzien van glas in lood. In de jaren zeventig verdwenen veel raampartijen omdat in die tijd de woonmode ‘ruim’ en ‘licht’ was.
Heden ten dagen wordt de schoonheid van glas-in-loodkunst weer volop gewaardeerd.

Hoe worden platen glas gemaakt?

Er zijn veel verschillende soorten glas. Een grove indeling is: mondgeblazen glas, gewalst glas, getrokken (machinaal) glas en floatglas.
Mondgeblazen glas wordt geblazen in een vorm (cilinder), deze cilinder wordt open gesneden en gevlakt in een vlakoven. Na afkoeling worden de platen eruit gesneden.
Gewalst glas wordt vervaardigd op een ijzeren tafel; het warme glas wordt gestort op een koele ijzeren tafel; meteen daarna wordt het glas gewalst. Door het warmte-koude-kontrast ontstaat een wolkige structuur in het glas waardoor het minder doorzichtig is dan geblazen of getrokken glas.
Getrokken glas wordt uit de machine “getrokken” en daarna op maat gesneden. Machinaal getrokken glas is gelijkmatig van structuur en dikte, in tegenstelling tot mondgeblazen glas. Het ingewikkelde en tijdrovende productieproces maakt dit glas uiteraard ook veel duurder.

Float- of vlakglas

Vandaag de dag is de productie van glas een volcontinue proces. 24 uur per dag wordt een brede, schier oneindige baan gloeiendheet vlakglas geproduceerd volgens het Float principe. Dit proces zal niet eerder stoppen dan dat de installatie vervangen moet worden door slijtage, of het glas dat uit de oven komt, teveel fouten heeft. Aan het begin van het proces worden de grondstoffen (zilverzand, kalk, soda en dolomiet) uit enorme silo’s, in een exact afgewogen samenstelling, gemengd met glasgruis in de oventrechter gebracht. In een lange oven wordt het mengsel van grondstoffen bij een temperatuur van ca. 1500 graden Celsius gesmolten. Een constante temperatuur is van groot belang bij dit proces. Een baan van vloeibaar glas schuift langzaam door de tunneloven.

Nieuws & Agenda

Glazeniers Bijeenkomst 15 juli 2020

Alle leden en sympathisanten zijn van harte uitgenodigd in het Gelderse Laren voor een informeel samenzijn en de uitgestelde ALV. Er wordt voor een catering gezorgd en u heeft allen inmiddels de uitnodiging per email ontvangen. Wij verheugen ons op het weerzien!

Masterplan Erfgoedopleidingen

Masterplan NCE 2018-2021 DEF

Lees hier alles over de plannen voor de opleidingen 2018-2021.

Opleiding gespecialiseerd restauratieglazenier in de maak

In samenwerking met het NCE, nationaal centrum voor erfgoedopleidingen, werkt het OVG momenteel aan het opzetten van een opleiding tot gespecialiseerd restauratieglazenier. Deze opleiding is een vervolg van het keuzedeel restauratie van de MBO opleiding ‘Glas’ van het Sint Lucas te Boxtel. Dit keuzedeel brengt de OVG tot stand in samenwerking met ‘klein specialistisch vakmanschap’ onderdeel van SBB, overkoepelend orgaan for beroepsonderwijs en bedrijfsleven.http://www.s-bb.nl

Voor meer informatie kunt u bellen met onze voorzitter mevrouw M.Wolfswinkel 06-41553617